Taalachterstand Nederlands aanpakken blijft prioriteit

Door Vera Celis op 7 juli 2017, over deze onderwerpen: Taalbeleid en geletterdheid

Een kwart van de nieuwgeboren Vlamingen of ruim 18.000 baby’s heeft het Nederlands niet als moedertaal. Dat blijkt uit de cijfers die Kind en Gezin recent publiceerde. Deze cijfers tonen opnieuw aan dat het Nederlands terrein verliest in Vlaanderen. Cijfers die Vera Celis vorig jaar bij de minister heeft opgevraagd, bevestigen trouwens deze trend: ruim 17,4% van de kinderen in het basisonderwijs (kleuter en lager onderwijs) en 13% van de jongeren in het secundair onderwijs spreekt thuis geen Nederlands. De cijfers zijn vooral hoog in de Vlaamse centrumsteden: Zo spreekt 40,6% van de kinderen in het Antwerpse basis- en secundair onderwijs thuis geen Nederlands. In enkele centrumsteden, zoals Turnhout, Aalst, Sint-Niklaas en Hasselt is er zelfs sprake van een verdubbeling in tien jaar tijd.

Om de maximale onderwijskansen van kinderen en jongeren te verzekeren, is het nochtans noodzakelijk dat leerlingen een degelijke kennis van de Nederlandse taal hebben. We zien namelijk leerlingen met een gebrekkige kennis van het Nederlands vaak taal- en onderwijsachterstand opbouwen doorheen hun volledige schoolcarrière. Dat blijkt ook uit de recente PISA en TIMSS-onderzoeken, die aantonen dat kinderen die thuis geen Nederlands spreken, beduidend minder kans maken op een diploma secundair onderwijs.

Vera Celis besloot daarom om op 5 juli 2017 een parlementaire vraag te stellen aan minister van Onderwijs Hilde Crevits. In haar betoog riep Vera Celis op om een tandje bij te steken om kinderen zo vroeg mogelijk de noodzakelijke kennis van het Nederalnds bij te brengen, maar ze verwees ook naar de cruciale verantwoordelijkheid van de ouders om zelf Nederlands te leren en te spreken met hun kinderen.

Herbekijk hier het debat in de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement:

 

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is